Boekwaarde is de waarde waarvoor een bedrijfsmiddel in je boekhouding staat. Ze is gelijk aan de aanschaffingswaarde verminderd met de geboekte afschrijvingen en eventuele waardeverminderingen. Je vindt de boekwaarde terug aan de activakant van de balans.
Uitgebreide toelichting
Boekwaarde is de waarde waarvoor een bedrijfsmiddel in je boekhouding staat.
Je komt de term boekwaarde vooral tegen bij investeringen en andere activaActivaActiva zijn alles wat je onderneming bezit of nog tegoed heeft. Je vindt ze aan de linkerkant van de balans. Ze bestaan uit vaste activa (bezittingen die je langer dan één jaar gebruikt, zoals een laptop of bedrijfswagen) en vlottende activa (bezittingen die snel in geld worden omgezet, zoals je bankrekening of openstaande facturen).Bekijk begrip die op de balansBalansEen balans is een financieel overzicht dat laat zien wat je onderneming bezit en hoe dat is gefinancierd. Het bestaat uit twee delen: activa (vaste en vlottende bezittingen) en passiva (eigen vermogen en schulden). Beide kanten zijn altijd gelijk: alles wat je onderneming bezit, is ergens mee gefinancierd, met eigen middelen, opgebouwde winst of schulden.Bekijk begrip staan. Denk aan een laptop, machine, bedrijfswagen of ander professioneel materiaal.
De boekwaarde begint meestal bij de aanschaffingswaarde. Daarna daalt ze door afschrijvingenAfschrijvingenAfschrijvingen zijn kosten die je gespreid boekt over de gebruiksduur van een investering. Koop je iets dat langer dan één jaar meegaat, zoals een laptop, machine of bedrijfswagen? Dan spreid je de kost over meerdere jaren. Zo geeft je resultaat een realistischer beeld van je onderneming.Bekijk begrip en eventuele waardeverminderingen.
De eenvoudige formule is:
Boekwaarde = aanschaffingswaarde − afschrijvingen − waardeverminderingen
Wanneer je een investering aankoopt, boek je die meestal tegen de aanschaffingswaarde. Gebruik je die investering meerdere jaren? Dan schrijf je ze af over de verwachte gebruiksduur.
Elk jaar daalt de boekwaarde met het afschrijvingsbedrag.
Een voorbeeld: je koopt een bedrijfswagen voor € 20.000. Je schrijft die lineair af over 5 jaar. Dat betekent een afschrijving van € 4.000 per jaar.
Na 3 jaar is de boekwaarde:
€ 20.000 − 3 × € 4.000 = € 8.000
De boekwaarde is niet altijd hetzelfde als de marktwaarde. Een bedrijfswagen kan in je boekhouding nog voor € 8.000 staan, terwijl je hem op de tweedehandsmarkt voor meer of minder kunt verkopen.
Verkoop je een bedrijfsmiddel voor meer dan de boekwaarde, dan ontstaat er boekhoudkundig een meerwaarde. Verkoop je het voor minder, dan ontstaat er een minderwaarde. De fiscale verwerking daarvan hangt af van het soort bedrijfsmiddel en je situatie.
In DigiBoox kun je investeringen registreren en afschrijven.
Je boekt de aankoop als investering en stelt de afschrijvingstermijn in. DigiBoox berekent daarna de afschrijvingen. Daardoor kun je volgen welke boekwaarde nog overblijft. De afschrijving komt als kost in je resultatenrekening. Zo zie je welke waarde nog in je boekhouding staat.
Verkoop je een bedrijfsmiddel? Dan gebruik je de boekwaarde om te bepalen of er een verschil is tussen de boekwaarde en de verkoopprijs. Dat verschil verwerk je daarna als meerwaarde of minderwaarde.
DigiBoox helpt je om de aankoop, betaling en afschrijving overzichtelijk bij te houden. Zo hoef je niet zelf met balansposten te werken, maar hou je wel grip op de gegevens die nodig zijn voor je administratie.
Stel: je koopt een laptop voor € 1.500 en schrijft die lineair af over 3 jaar.
| Jaar | Afschrijving | Boekwaarde einde jaar |
|---|---|---|
| Aanschaffingswaarde | € 1.500 | |
| Jaar 1 | € 500 | € 1.000 |
| Jaar 2 | € 500 | € 500 |
| Jaar 3 | € 500 | € 0 |
In dit vereenvoudigde voorbeeld gaan we uit van een restwaarde van € 0. Na 2 jaar staat de laptop dus nog voor € 500 in je boekhouding.
Verkoop je de laptop daarna voor € 650? Dan ligt de verkoopprijs € 150 boven de boekwaarde. Dat verschil is de meerwaarde.
Verkoop je de laptop voor € 300? Dan ligt de verkoopprijs € 200 onder de boekwaarde. Dat verschil is de minderwaarde.
Boekwaarde is de waarde waarvoor een bedrijfsmiddel op een bepaald moment in je boekhouding staat. Bij investeringen is dat meestal de aanschaffingswaarde min de afschrijvingen en eventuele waardeverminderingen.
Je berekent de boekwaarde met deze formule: boekwaarde = aanschaffingswaarde − afschrijvingen − waardeverminderingen. Een voorbeeld: je koopt een machine voor € 10.000 en schrijft elk jaar € 2.000 af. Na 2 jaar is de boekwaarde € 10.000 − € 4.000 = € 6.000.
De boekwaarde is de waarde in je boekhouding. De marktwaarde is wat iemand op dat moment voor het bedrijfsmiddel wil betalen. Die twee bedragen kunnen verschillen. Een machine kan boekhoudkundig bijna volledig afgeschreven zijn, maar in de praktijk nog verkoopwaarde hebben.
Dan ontstaat er een meerwaarde. Een voorbeeld: de boekwaarde is € 500 en je verkoopt het bedrijfsmiddel voor € 650. De meerwaarde is dan € 150. Die meerwaarde kan fiscale gevolgen hebben. De precieze verwerking hangt af van het soort bedrijfsmiddel en je situatie.
Dan ontstaat er een minderwaarde. Een voorbeeld: de boekwaarde is € 500 en je verkoopt het bedrijfsmiddel voor € 300. De minderwaarde is dan € 200. Ook hier hangt de fiscale verwerking af van het soort bedrijfsmiddel en je situatie.
De boekwaarde is de actuele waarde van een bedrijfsmiddel in je boekhouding. De restwaarde is de geschatte waarde aan het einde van de gebruiksduur. Die gebruik je soms bij het bepalen van je afschrijving. Als je met een restwaarde werkt, schrijf je niet verder af dan tot die restwaarde.