De waarde die een investering naar verwachting nog heeft aan het einde van de gebruiksperiode. Bij afschrijven trek je de restwaarde af van de aanschafwaarde.
Restwaarde is de waarde die je verwacht dat een investering nog heeft aan het einde van de gebruiksperiode.
Koop je bijvoorbeeld een camera, laptop, machine of bedrijfsauto? Dan gebruik je die meestal meerdere jaren. Je schrijft de aanschafwaarde daarom niet in één keer af, maar verdeelt de kosten over de jaren waarin je het bedrijfsmiddelBedrijfsmiddelEen zaak die je voor langere tijd in je onderneming gebruikt, zoals een laptop of machine. Boven € 450 schrijf je erop af en kan hij meetellen voor de investeringsaftrek.Bekijk begrip gebruikt.
Bij het berekenen van de jaarlijkse afschrijvingAfschrijvingenHet verdelen van de kosten van een bedrijfsmiddel over meerdere jaren in plaats van in één keer. Bedrijfsmiddelen boven € 450 schrijf je meestal over meerdere jaren af.Bekijk begrip trek je daarom de verwachte restwaarde af van de aanschafwaarde:
Afschrijving per jaar = (aanschafwaarde − restwaarde) ÷ gebruiksduur
Als zzp'er krijg je met restwaarde te maken wanneer je een investering doet die je meerdere jaren gebruikt.
Denk aan:
De restwaarde bepaalt hoeveel je per jaar afschrijft. Hoe hoger de restwaarde, hoe lager je jaarlijkse afschrijving. Hoe lager de restwaarde, hoe hoger je jaarlijkse afschrijving.
Je hoeft de restwaarde niet tot op de euro perfect te voorspellen. Het is een inschatting van wat het bedrijfsmiddel waarschijnlijk nog waard is aan het einde van de gebruiksperiode.
In DigiBoox boek je een investering via Kosten. Kies je bij de categorie voor Investeringen, dan kun je een afschrijfschema starten. Is het bedrag lager dan € 450 exclusief btw? Dan geeft DigiBoox een melding dat je dit niet hoeft af te schrijven en beter een gewone kostencategorie kunt kiezen. Is het bedrag € 450 of meer exclusief btw? Dan kun je het afschrijfschema aanmaken.
Daar vul je de gegevens in die nodig zijn voor de afschrijving, zoals de looptijd en eventuele restwaarde. DigiBoox berekent daarna de afschrijving en verwerkt die automatisch in je administratie.
Zo komt de investering op de juiste plek in je boekhouding en zie je de afschrijving terug in je winst- en verliesrekeningWinst- en verliesrekeningEen overzicht van je omzet, kosten en resultaat over een bepaalde periode, ook wel resultatenrekening genoemd. Het laat zien of je winst of verlies hebt gedraaid.Bekijk begrip .
Meer uitleg over het boeken van investeringen met afschrijvingen vind je in de DigiBoox-kennisbank.
Je koopt een professionele camera voor € 3.000 exclusief btw. Je verwacht de camera 5 jaar te gebruiken. Na die periode schat je de restwaarde op € 300.
| Onderdeel | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Aanschafwaarde | € 3.000 | |
| Verwachte restwaarde | € 300 | |
| Af te schrijven bedrag | € 3.000 − € 300 | € 2.700 |
| Jaarlijkse afschrijving | € 2.700 ÷ 5 jaar | € 540 |
Je schrijft dus € 540 per jaar af.
Na 5 jaar staat de camera nog voor € 300 in je boekhouding. Verkoop je hem daarna voor € 500? Dan verkoop je hem voor € 200 meer dan de waarde in je administratie. Dat verschil heet boekwinst: je verkoopt het bedrijfsmiddel voor meer dan de boekwaarde.
Afschrijvingen · Investering · Activa · Balans · Boekwaarde
Restwaarde is de waarde die je verwacht dat een investering nog heeft aan het einde van de gebruiksperiode. Bijvoorbeeld: je koopt een camera en verwacht die na 5 jaar nog voor € 300 te kunnen verkopen. Dan is € 300 de restwaarde.
De restwaarde is een schatting. Je kijkt naar wat het bedrijfsmiddel waarschijnlijk nog waard is aan het einde van de periode waarin je het gebruikt. Bij veel bedrijfsmiddelen kun je kijken naar actuele tweedehandsprijzen, vergelijkbare verkopen of informatie van de leverancier. Bij sommige bedrijfsmiddelen is de restwaarde laag of zelfs € 0. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn bij apparatuur die na een paar jaar weinig verkoopwaarde meer heeft. Denk hierbij aan sommige laptops of mobiele telefoons die na enkele jaren nog maar een beperkte verkoopwaarde hebben.
De restwaarde is de verwachte waarde aan het einde van de gebruiksperiode. Die schat je meestal bij het aanmaken van de afschrijving. De boekwaarde is de waarde die op dit moment nog in je boekhouding staat. Die bereken je zo: boekwaarde = aanschafwaarde − afschrijvingen tot nu toe. Aan het einde van de afschrijfperiode is de boekwaarde meestal gelijk aan de restwaarde die je hebt ingevuld.
Nee, niet altijd. Als je verwacht dat een bedrijfsmiddel na de gebruiksperiode niets of bijna niets meer waard is, kun je de restwaarde op € 0 zetten. Verwacht je dat je het later nog kunt verkopen? Dan vul je een realistische restwaarde in.